Een treinreis van de Britse hoofdstad naar de uiterste punt van Cornwall is een route vol contrasten. Je combineert de dynamiek van de wereldstad met de ruige natuur van de Engelse kust en de rust op de Scilly-eilanden. Het spoorwegnetwerk in het zuidwesten is goed geregeld, waardoor je zonder auto de meest afgelegen plekken kunt bereiken. Onderweg wissel je bekende iconen af met rustigere plekken, terwijl je door het glooiende landschap van Somerset en Devon richting de Atlantische Oceaan reist.
Over deze treinroute
Bestemmingen
Hoe lang nodig?
Voor deze route kun je het beste 10 tot 12 dagen uittrekken. Dit geeft je de ruimte om de steden Londen en Bristol goed te bekijken en ook minstens drie of vier dagen op de Scilly-eilanden te verblijven.
Beste reistijd
De maanden juni tot en met september zijn ideaal voor deze regio. In deze periode heb je de meeste kans op zonnig weer voor de overtocht naar de eilanden en de kustwandelingen in Cornwall. Bovendien zijn alle veerboten dan volledig in bedrijf.

Deze route met Interrail
Voor deze route kan je de Interrail Global Pass gebruiken met 4 reisdagen binnen een maand. Deze pas dekt de volledige route, inclusief de Eurostar van en naar Nederland en de ritten binnen Groot-Brittannië. De overtocht naar de Scilly-eilanden valt buiten het Interrail-netwerk.

Reizen naar het startpunt
Je reist vanaf Nederland met de Eurostar rechtstreeks naar station London St Pancras International. Deze rit duurt vanaf Amsterdam Centraal ongeveer 4 uur en 10 minuten. Vanaf St Pancras kun je met de metro gemakkelijk naar station Paddington reizen, waar de treinen richting het zuidwesten vertrekken.
Interrailen
Je interrail pas is geldig voor deze rit. Een zitplaats reserveren is verplicht voor de Eurostar.
Londen
Wie denkt dat Londen inmiddels wel is uitontdekt, heeft het mis. Natuurlijk, Big Ben, Camden Market en een boottochtje over de Thames blijven onverminderd de moeite waard, maar wie een stapje verder zoekt vindt een stad vol wijken die nog volop in ontwikkeling zijn. Londen is namelijk een lappendeken van dorpjes die elk een eigen identiteit hebben, en precies dat maakt de stad zo eindeloos te verkennen.

Zuid-Londen is al een tijdje het territorium waar het gebeurt, met Peckham voorop. Rye Lane is er het kloppende hart, vol markten, vintage winkeltjes en streetfoodkraampjes die om de haverklap van eigenaar wisselen. Klim de trap op naar Frank’s Café, een rooftopbar met uitzicht over de skyline, of duik Peckham Levels in, een voormalige parkeergarage die nu dienstdoet als creatieve hub met eetgelegenheden, werkplekken en een programma vol optredens en workshops. Voor het diner schuif je aan bij Artusi voor verrassend goede Italiaanse gerechten, of ga voor iets experimentelers bij één van de kleinere adresjes rond Bussey Alley.
Meer naar het noordoosten ligt Walthamstow, jarenlang vooral bekend om Europa’s langste straatmarkt, maar inmiddels ook de plek waar Londenaren massaal naartoe verhuizen zodra het centrum te duur wordt. Breng een bezoek aan God’s Own Junkyard, een pakhuis volgestouwd met vintage neonverlichting waar zelfs het koffietentje tussen de installaties in een psychedelisch decor oogt. Wandel daarna richting Walthamstow Wetlands, een verrassend uitgestrekt natuurgebied met reservoirs, wandelpaden en fietsroutes waar je bijna vergeet dat de metro maar een paar haltes verderop ligt. Wil je die dorpse sfeer nog even vasthouden, ga dan voor een biertje bij één van de kleine brouwerijen in de buurt: craft beer is hier bijna een tweede religie.

Naar de volgende bestemming
Vanaf station London Paddington vertrekken elke 30 minuten treinen van Great Western Railway naar Bristol Temple Meads. De snelste verbinding brengt je in 1 uur en 40 minuten naar het hart van Bristol.
Interrailen
Je interrail pas is geldig voor deze rit. Een zitplaats reserveren is optioneel.
Bristol
De havenstad Bristol in het zuidwesten van Engeland heeft iets ongepolijsts dat je niet snel loslaat: oude pakhuizen, kleurrijke rijtjeshuizen tegen de heuvel en op elke straathoek wel een muurschildering. Bristol is namelijk ook de geboortegrond van Banksy, en dat merk je. Ga op zoek naar Mild Mild West op Stokes Croft of de beschadigde Well Hung Lover bij Park Street, maar reken er niet op dat dit de enige kunst is die je tegenkomt: de hele stad functioneert als openluchtgalerij, met telkens nieuw werk van internationale artiesten dat na een paar dagen alweer overschilderd kan zijn.

Voor het echte gevoel van de stad trek je naar Stokes Croft, een wijk met rafelranden en een creatief hart die grenst aan Kingsdown en St Paul’s. Overdag hang je in één van de vele cafés, ’s avonds is er bijna altijd wel ergens livemuziek. Ga langs bij de People’s Republic of Stokes Croft-galerij voor de laatste roddels over nieuwe kunstwerken in de buurt, en duik daarna de zijstraatjes in richting Nelson Street en Leonard Lane, waar de gevels vol staan met tags, stencils en grootschalige muurschilderingen. Ook Bedminster, aan de overkant van de rivier, mag je niet overslaan: in North en East Street vind je de grootste en meest uiteenlopende verzameling street art van de stad, dankzij het jaarlijkse Upfest-festival.
Wie liever wat rustiger aan doet, neemt de tijd voor Southville en Bedminster, opkomende buurten met een levendige kunstscene die je nog niet overal in reisgidsen tegenkomt. En heb je genoeg van de bedrijvigheid? Dan pak je zo de trein naar Bath, amper een kwartiertje verderop, voor een dagje tussen de Romeinse baden en Georgiaanse architectuur.
Dagtrip: Bristol-Bath Railway Path
Dit fietspad volgt een oude spoorlijn dwars door het groene Engelse landschap. Het is een heerlijk vlakke route waar je geen auto’s tegenkomt, waardoor je op je gemak kunt trappen of wandelen terwijl de stad langzaam achter je verdwijnt. Onderweg kom je langs overwoekerde stations en door oude tunnels, zoals die bij Staple Hill. Het is een typische plek waar je op een zonnige middag de stad even kan uitvluchten voor wat frisse lucht.
Eén van de leukste tussenstops is de Warmley Waiting Room, een klein café dat is gevestigd in de oude wachtkamer van het station van Warmley. Hier kun je even pauzeren met een goede kop koffie of een huisgemaakt stuk taart in de tuin die vol staat met bloemen en oude spoorwegattributen. Als je nog iets verder doorrijdt, kom je bij Bitton Station, waar de Avon Valley Railway nog steeds met oude stoomtreinen rijdt. Het hele pad biedt genoeg verborgen plekjes langs de kant van de weg om even in het gras te gaan zitten.
Hoe kom je er?
Het pad begint midden in de stad, vlakbij de wijk Lawrence Hill of het Trinity Centre. Je kunt vanuit het centrum van Bristol heel makkelijk op de fiets stappen en de bordjes naar Bath volgen. Het is een tocht van ongeveer 21 kilometer naar het hart van Bath, maar je kunt natuurlijk omkeren wanneer je wilt. Mocht je geen zin hebben om het hele stuk terug te fietsen, dan is er een handige truc: je kunt je fiets gewoon meenemen in de trein vanaf station Bath Spa, die je in een kwartiertje weer terug naar Bristol Temple Meads brengt. Zo heb je wel de mooie rit door de natuur, maar niet de dubbele kilometers.

Naar de volgende bestemming
Er rijden minimaal twee treinen per uur van Bristol Temple Meads naar Exeter St Davids. De reis duurt ongeveer 1 uur en wordt uitgevoerd door Great Western Railway en CrossCountry.
Interrailen
Je interrail pas is geldig voor deze rit. Een zitplaats reserveren is optioneel.
Exeter
Wie zin heeft in een Engelse stad met een authentiek buitengevoel, gaat naar Exeter. De stad in Devon staat vaak in de schaduw van Londen of Bristol, maar heeft zelf een historische kern vol middeleeuwse steegjes, een levendige quayside en groen tot voor de deur. Begin in het oude centrum bij Stepcote Hill, één van de steilste en oudste straatjes van de stad, met vakwerkhuizen die teruggaan tot de vijftiende eeuw. Loop van daaruit naar de imposante kathedraal en verdwaal daarna bewust in de kleine straatjes van het West Quarter, waar je nog echt het gevoel krijgt door een levend geschiedenisboek te wandelen. Onder de stad liggen bovendien de Underground Passages, veertiende-eeuwse waterkanalen die je met een gids kunt verkennen; een unieke attractie die je nergens anders in Groot-Brittannië vindt.

Voor het echte lokale leven trek je richting de Exeter Quay, waar oude pakhuizen zijn omgetoverd tot cafés en bars aan het water. Bij Lutzy’s zit je met de hond aan je voeten op het koele terras met uitzicht op het kanaal, en verderop kies je bij Mango’s voor een chai latte of stevige brunch met zicht op de rivier. Wie iets verder wil fietsen of wandelen, komt uit bij Topsham, een voormalige Romeinse havenplaats aan de Exe-monding die inmiddels bekendstaat om zijn patisserieën en waterzijdige pubs zoals The Passage House Inn. Ga voor zonsondergang naar Turf Locks, een pub die alleen te bereiken is per boot, fiets of te voet, en waar je met een biertje in de hand de zee ziet overgaan in het estuarium.
Ondertussen is ook het centrum van Exeter zelf allang niet meer alleen bekend om de kathedraal. In de Independent Quarter rond Fore Street en Gandy Street vind je een groeiend aanbod van kleine, onafhankelijke winkels, terwijl het Castle Quarter de laatste jaren is uitgegroeid tot dé plek voor wie op zoek is naar minder voor de hand liggende adresjes. Sluit de avond af in een van de sfeervolle cocktailbars verscholen achter de kathedraal, waar de donkere interieurs en gedempte verlichting je eerder aan Parijs dan aan Devon doen denken.

Naar de volgende bestemming
Vanaf Exeter St Davids neem je de trein naar Penzance. Deze rit duurt ongeveer 3 uur en voert je langs de beroemde kustlijn bij Dawlish. Er rijdt overdag elk uur een directe trein van Great Western Railway naar dit eindpunt in Cornwall.
Interrailen
Je interrail pas is geldig voor deze rit. Een zitplaats reserveren is optioneel.
Penzance
Wie denkt dat het uiterste puntje van Engeland alleen bestaat uit verlaten kliffen en boze zee, heeft Penzance nog niet ontdekt. Dit havenstadje aan Mount’s Bay is allesbehalve een slaperig vissersdorp: langs Chapel Street wissel je galeries, curiosityshops en het beroemde Egyptian House met haar opvallende gevel moeiteloos af, en op de Promenade, de langste van Cornwall, wandel je zo de zonsondergang tegemoet met zicht op St Michael’s Mount. Duik daarna het Art Deco-zwembad Jubilee Pool in, waar een deel geothermisch verwarmd wordt, en je snapt meteen waarom Condé Nast Traveller dit stadje ooit uitriep tot het coolste kustplaatsje van Cornwall.

Wil je verder kijken dan de bekende paden, loop dan door naar Newlyn, het buurdorp dat nog altijd draait op de vissersboten die er elke ochtend aanmeren. Hier zetelde ooit de Newlyn School, een groep kunstenaars die het harde leven van vissersgezinnen vastlegde, en die werken hangen tegenwoordig in Penlee House, een negentiende-eeuwse villa die is omgebouwd tot museum. Voor een biertje met lokaal karakter zit je goed bij The Seven Stars, een kroeg waar de eigen scrumpy-cider al jaren de vaste klanten trekt en waar toeristen zich net zo welkom voelen als de buurtbewoners.
Vanuit Penzance ben je bovendien zo weg richting de rest van West-Cornwall. Neem de trein of fiets naar Marazion voor een tocht over de getijdenweg naar St Michael’s Mount, of rijd langs de kust naar het Minack Theatre, een openluchttheater dat letterlijk in de granieten rotsen is uitgehakt en uitkijkt over Porthcurno, één van de mooiste stranden van de regio met bijna wit, fijngemalen zand. Geen wonder dat Penzance zich graag profileert als uitvalsbasis: je slaapt er in een sfeervolle kamer met zicht op zee, en de rest van Cornwall ligt binnen handbereik.
Dagtrip naar St Ives
Een uitstapje naar St Ives is de moeite waard voor het bijzondere licht en de azuurblauwe baaien. Het stadje staat bekend om de kunstenaarskolonie en dat merk je aan de vele kleine ateliers die verscholen zitten in de witgekalkte zijstraatjes. In plaats van direct naar de bekende musea te gaan, is het leuk om richting de wijk Down-a-Long te lopen. Dit is het oudste deel van de stad, waar de straatjes zo smal zijn dat je er bijna geen auto’s tegenkomt. Hier hangt de sfeer van zout op de muren en lokale vissers die hun netten klaarmaken. Zoek een plekje bij een lokale bakkerij voor een echte Cornish pasty en loop naar het strand van Porthmeor om naar de surfers te kijken.

Als je de drukte van de haven even wilt ontsnappen, kun je een wandeling maken naar The Island, een groen schiereilandje met een kleine kapel bovenop de rotsen. Hier ben je weg van de souvenirwinkels en hoor je alleen nog de meeuwen en de branding. Aan het eind van de middag is het een aanrader om een lokaal gebrouwen biertje te halen bij een pub die uitkijkt over het water.
Hoe kom je er?
De reis naar St Ives is één van de mooiste treinritten die je in Engeland kunt maken. Vanaf station Penzance neem je de trein naar St Erth, waar je overstapt op de lokale boemeltrein naar St Ives. Deze laatste lijn slingert vlak langs de kust en de duinen, waardoor je vanuit je raampje constant uitkijkt over het helderblauwe water van Carbis Bay. De hele reis duurt in totaal minder dan een half uur. Je hoeft niets vooraf te boeken. Je koopt gewoon een kaartje op het station.

Naar de volgende bestemming
Je reist van Penzance naar de Scilly-eilanden met de veerboot Scillonian III. De overtocht duurt 2 uur en 45 minuten. De boot vertrekt meestal in de ochtend en brengt je naar de haven van St. Mary’s. Controleer vooraf de vaartijden, want deze zijn afhankelijk van het seizoen.
Interrailen
Je interrail pas is niet geldig voor deze route.
De Scilly-eilanden
Meeuwen die je pootje geven, palmbomen die groeien op Britse bodem en zeehonden die nieuwsgierig meezwemmen, de Scilly eilanden voelen alsof je per ongeluk in de tropen bent beland, terwijl je gewoon vlak voor de kust van Cornwall zit. De archipel telt vijf bewoonde eilanden en meer dan honderdveertig onbewoonde rotsjes en eilandjes, en juist die verspreidheid maakt het zo de moeite waard om even helemaal los te koppelen. Neem de boot vanaf St Mary’s, het grootste eiland met de enige echte haven, winkelstraat en horeca, en werk van daaruit je weg naar de rustigere buren.

Op Tresco duik je de wereldberoemde Abbey Gardens in, waar mediterrane en zelfs subtropische planten welig tieren dankzij het ongekend milde klimaat. Bryher daarentegen is ruiger en wilder: zeven heupjes om te beklimmen, dramatische rotskusten en amper een ziel te bekennen. En op St Agnes, het meest zuidelijke eilandje van heel Groot-Brittannië, strijk je neer bij the Turk’s Head, een pub met een pilsje en uitzicht dat je niet snel vergeet. St Martin’s is dan weer favoriet bij wie van een glas wijn houdt: hier ligt een van de meest zuidelijke wijngaarden van het land, met proeverijen die uitkijken over zee.
Wat de Scilly eilanden misschien nog wel het bijzonderst maakt, is het ouderwetse vertrouwen dat er nog heerst. Overal langs de weg staan zogeheten honesty stalls, kraampjes waar boeren en vissers hun verse producten – denk krab, sint-jakobsschelpen of eigengemaakte jam – achterlaten met een prijslijstje en een geldkistje. Je neemt wat je wilt en legt zelf het bedrag neer, geen kassa of verkoper in zicht. Combineer dat met de duik- en snorkelspots waar je oog in oog komt te staan met nieuwsgierige grijze zeehonden, en het wordt snel duidelijk waarom deze eilandengroep bij ingewijden geldt als één van de best bewaarde geheimen van Engeland.

Terug naar Nederland
Je neemt de veerboot terug van St. Mary’s naar Penzance, wat 2 uur en 45 minuten duurt. Vanaf Penzance reis je met de trein in 5 uur en 30 minuten terug naar Londen Paddington. De Eurostar vanaf Londen St Pancras brengt je daarna in 4 uur en 10 minuten weer terug naar Nederland.
Interrailen
Je interrail pas is geldig voor deze route. Een zitplaats reserveren is optioneel voor de binnenlandse trein en verplicht voor de Eurostar.